Wat u zonet niet gezien heeft

  1. “Kom, ge ging het gras afdoen”
  2. Spurt naar beneden.
  3. Gang is net gedweild om via de achterdeur te gaan.
  4. Dan maar langs de voordeur.
  5. “Hela, ni met uw schoon broek het gras afdoen!”
  6. ‘Hm dju, ik geraak niet meer terug binnen voor een short want de voordeur is in’t slot gevallen’
  7. Ondergetekende trekt dan maar zijn broek uit, voeten de vuile baskets in.
  8. En dan het gras afdoen.

Zot zijn doet geen zeer.