Getrouwheidspremie

We lezen op de productpagina van een spaarrekening van een random bank:

aangevuld met een getrouwheidspremie van 1,50% per jaar voor alle bedragen die een jaar op uw rekening blijven staan.

Om een of andere reden lijkt dit product ons interessant, en we versluizen ons spaargeld op 7 januari 2011 naar deze random bank.

Het bedrag staat er dus op 7 januari 2012 een jaar op. Dan is de vraag: wanneer worden de intresten gestort? Het antwoord:

De intresten op de spaarrekening worden eind december / begin januari berekend. Het bedrag aan verworven intresten wordt gestort met valuta 1 januari van het jaar volgend op datgene waarin ze verworven werden. Dit intrestbedrag kunt u terugvinden op uw rekeninguittreksels en eveneens via Online Banking.

Aangezien de intresten pas op 7 januari 2012 verworven werden, zullen ze pas op 1 januari 2013 gestort worden.

Vraag van de dag: verliest ge dan een jaar aan intresten door van bank te veranderen? Of misschien beter gesteld: moet ge dan een jaar langer wachten vooraleer ge die hogere intrest ziet?

My guess: van 7 januari 2012 tot eind december 2012 staat uw geld er nog, en dat levert ook intresten op. Dus op 1 januari 2013 krijgt ge zo goed als dubbele intrest.

Advertenties

Broodnodige API’s: leningen, verzekeringen en auto’s.

Er moeten dringend standaardformaten en API’s voor leningen, verzekeringen en auto’s komen. ’t Is een klotewerkske om dat manueel in een spreadsheet te gooien en telkens verschillende settings te proberen.

Hoerechance

Vrijdagavond

Geld gaan afhalen wegens halfuurtje later een date met een toffe madam.

Making epic plans to conquer the world.

Zaterdagochtend

Duuzend paar gatloze kousen gaan kopen op de markt (in gezelschap van la mama, uiteraard), en daarna nog geld willen gaan afhalen.

Vaststellen dat mijn bankkaart niet meer in mijn portefeuille zit.

Kalm blijven. Check.

Thuis checken of de bankkaart niet in mijn wagen ligt. Nope.

Thuis checken of de bankkaart niet op mijn bureau ligt. Nope.

Kalm blijven. Check.

Naar het bankkantoor van vrijdagavond.

Geen kaart te zien.

Cardstop bellen.

Onderwijl nog eens goed zien.

Eureka! Gevonden!

Bankkaart aan de verkeerde kant van de deur

Bankkaart aan de verkeerde kant van de deur

Achter een opgesloten deur (banken zijn niet zo vaak open, u kent dat wel)…

Aan de lokale middenstand vragen of ze de loketbedienden persoonlijk kennen. Niet dus.

Op zoek naar nuttige telefoonnummers. Aha, een noodnummer!

In geval van nood...

In geval van nood...

Ik vertrek morgen op verlof, mijn bankkaart achter slot en grendel terugkrijgen is in my book een noodgeval.

Ring ring, hallo met de dispatching van Dexia?

Verhaaltje gedaan.

Tien minuten later krijg ik telefoon van de bankdirecteurdinges. “Ja, ik zit bij de kapper hier, maar ik heb mijn sleutel niet bij en ik woon eigenlijk aan den andere kant van Brussel maar ik zal eens langsgaan bij een collega die hier wat dichterbij woont.”

Gelukkig was die thuis en dus een kwartier later had ik een zeer vriendelijke bankdirecteurdinges voor mijn neus. Eentje met sleutel van slot en grendel waarachter mijn hoogstpersoonlijke en -noodzakelijke bankkaart zat. Hoezee!

Eind goed, al goed!

(dank aan de kaart-onder-de-deurschuiver, het prentje met noodnummer, de bankdirecteur en ook wel Dexia)

(back-upplan was uiteraard de Visa kaart :-))

Sanity Check

Stel: je bent 25 jaar en je woont nog bij je ouders (aja, ge zijt ne nerd of ge zijt het niet he) maar je wilt er vanonder muizen. Je haalt het in je hoofd van direct een huis te willen kopen in plaats van je geld weg te gooien aan huur. Je hebt geen zin om een appartement te kopen omdat die ondertussen ook al schandalig duur zijn. Je kijkt uit naar een villa (een villa als in “vier gevels”, en niet als in “een kast van een villa”). In de vijfentwintig jaar die je al rondkruipt en -loopt op deze voor-bol-doorgaande hoop materie heb je geleerd dat je verdomd veel geluk moet hebben met je buren: je gaat dus op zoek naar een huisje dat nogal ver van een volgend huis staat. En liefst nog in de regio van je werk (aja, we gaan geen twee uur per dag in de file staan omdat onze snuggere beleidsmakers uit veiligheidsoverwegingen verkeersremmers ingeplant hebben).

Tot zo ver de eisen. Als je dan effectief gaat kijken op de markt, dan stel je vast dat die huisjes weldegelijk te vinden zijn. Helaas zijn ze nogal overpriced. Je mag al gauw 500.000 euro neertellen. En als het verkocht wordt op openbare verkopen, en er zit toevallig een hoop grond aan die in woonuitbreidingsgebied ligt, dan mag je al aan > 600.000 euro beginnen denken. Ik vraag me af wie dat kan betalen.

Maar stel dat je geluk hebt, en iets tegenkomt van rond de 300.000 euro. Dan moet je dat als snotaap nog gefinancieerd krijgen. Er van uitgaande dat de ouders geen bijdrage doen, dan mag je – aan de huidige intresten voor 20 jaar – maandelijks al gauw 1.700 euro neerleggen (sowieso meer) om de woonlening af te betalen. Voor een grootverdiener als ik (komt met het diploma *kuch*) blijft er dan nog amper enkele 100 euro over om te voorzien in eten, drinken, transport, vrijetijdsbesteding. Alleszins niet genoeg om echt mee rond te komen als je single bent. Kinda depressing…

PS: hulpvaardige dames mogen zich in de comments melden, of bij Imke Dielen of (bijvoorkeur) via mail 🙂

Competition kills

Karel Vinck in De Tijd (via):

Volgens Vinck ligt de oorzaak bij ‘een grotendeels verkeerd, inefficiënt en risicovol management’. ‘In de financiële sector merk ik onvoldoende transparantie over bedrijfsstrategiëen en veel egotrippers. De banken zouden beter mensen uit de industriële wereld kiezen als bedrijfsleider.’

Mensen met een deftig gut feeling, met verstand van wiskunde en statistiek, en met een down-to-earth attitude.En zo’n mensen hoeven niet eens op de plaats van bedrijfsleider te komen, maar wel op de niveau’s eronder.

Zo’n mensen moeten op de stoel van product-ontwikkelaar zitten, niet van die haaien die er een bonusje of twee, drie mee willen verdienen. Laat staan dat product-ontwikkelaars elk jaar met een nieuw product moeten komen, om toch maar mee te zijn met de andere banken. “Diversificatie” heet dat dan. Ah nee, “competitie” was het. Competitie tussen de banken onderling, maar vooral: competitie binnen de bedrijven zelf: al die product-ontwikkelaars die elk apart met het meest winstgevende product willen afkomen. En diegene die gewonnen heeft, die krijgt een bonus.

Maar goed, bank A lanceert dus zijn meest winstgevende product (dat toevallig enoooooooorm risico-vol is). Een groot deel van de andere banken proberen dat ook uit te vissen, et voila: het virus verspreidt zich. Om een of andere reden geraakt dat product dan ook nog verkocht (door toedoen van verkopers die overtuigend werken, of klanten die, euhm, zijn zoals klanten dikwijls zijn).

Aha, de verkopers. Die moeten ook aan hun quotum geraken. “Zoveel leningen verpatsen en dan krijgt ge nen bonus van wel zoveel duuzend euro’s.” En de minst koopkrachtige mensen hebben het aan hun been: een lening die ze eigenlijk nooit gaan kunnen afbetalen, want ze hebben een lening voor dit, en een lening voor dat en dat en dat en dat… En als ze een schijf niet op tijd afbetalen, dan kunnen ze een afbetalingsplan nemen. En oei, ze hebben hun rekening van den elentriek niet kunnen betalen. Weer een afbetalingsplan.

En dan zegt de echtgenoot tegen zijn madam: “als ik nu eens huis kocht met een lening, en dat verhuurde, dan hebben we tenminste van daar ook inkomsten eh. Dieje van hierneffe doet dat ook!” En hopla, ze gaan naar de bank. Mamsel de verkoopster smeert hun lening aan (ook al hebben ze er 5 lopen), want ze moet aan haar quotum geraken en aangezien tegenwoordig de madammen meekomen, kan ze geen decolleté meer aandoen waardoor ze niet meer zo makkelijk aan haar quotum geraakt. Dus zegt mamsel de verkoopster: “ok, wij lenen jullie dat geld”.

Maar oei: meneer en madam moeten opeens iets teveel leningen afbetalen, en ze geraken niet meer rond. En meneer is te lomp om drugs te gaan dealen (hij ziet er teveel ne flik uit), en madam is te lelijk om zich te gaan prostitueren en te schoon om in’t zwart te gaan kuisen. Dan maar de huurprijs van dat gekocht huis omhoog. “Oh, meer inkomsten, dan kunnen we meer uitgeven.” En voor ze het weten, hebben ze meer geld uitgegeven dan ze hadden, en krijgen ze geen krediet(en) meer om hun levensstandaard vol te houden.

En dan kunnen ze “opeens” die leningen niet meer afbetalen: de bank is zijn geld kwijt. De vraag is dan: waar is dat geld naartoe? Een antwoord daarop, dat kan u krijgen bij Paul D’Hoore. Of wie weet, binnenkort in de comments.