A weekend out with a german redhead

Let me cruise through my hometown, I know the way.” zei ze. Haar prachtige blonde manen vielen nog even na nadat ze instapte om het stuur over te nemen van de nieuwe Audi A3. Bij een vrouw met stijl hoort een auto met stijl, zo simpel kan het leven soms zijn.

Enkele dagen eerder werd tegen mij hetzelfde gezegd als wat ik tegen haar zei: “bij een automatique altijd je linkervoet zo ver mogelijk van de pedalen houden.” Zo simpel kan het leven soms zijn.

Ik duwde met mijn rechtervoet op het gaspedaal en liet de 180 pk van de motor zijn vrije gang gaan. We reden’s avonds de duisternis in en gingen for old times’ sake onder landende vliegtuigen staan.

Eyes

A post shared by boskabout (@boskabout) on

De Xenon lampen begeleidden ons veilig door de nacht, net als de muziek die vanaf de rode BlackBerry Z10 over Bluetooth door het Bang & Olufsen soundsystem klinkt. Praktisch. Tom Ruijg, een dj uit Nederland, en zijn vriendin waren alvast onder de indruk van de klank, net als de niet-thuisgebleven helft van Catz n Dogz. Hun muziekselectie klonk later die avond gewillig door de boxen van de Mirano. De meisjes dansten sensueel op het opgelegde ritme, de jongens keken hun ogen lustig uit.

New toys! One for the weekend, one forever. #audi #a3 #blackberry #z10 #limitededition #red #bb10

A post shared by boskabout (@boskabout) on

Het werd eindelijk die zonnige zondagnamiddag en we reden door haar hemelse hometown. We kochten een ijsje en lekten het op achter een hoekje. Daarna gingen we op restaurant en streelde ze mijn rechterdij. A perfect ending.

Onzichtbaar

There is more to it than what meets the eye.

Er gebeurt veel in de wereld. Zoveel dat weinigen nog alles gezien hebben. Het draait dus om aandacht te pakken krijgen. Ik integreer alles op drie punten (en dan heb ik het over zelf aandacht geven, maar je zal merken dat het eigenlijk draait om aandacht krijgen – it’s called paying it forward):

  1. mijn twitterfeed met de dagdagelijkse ramblings en ontdekkingen van de mensen die ik volg. Staat eigenlijk constant open. Het is vrij zichtbaar als je daar iemand zijn nickname vermeldt, die mens ziet dat (tenzij hij er niet mee kan werken) en durft dan wel eens te reageren en te converseren met u. Maar dat wil dan ook wel zeggen dat iedereen eigenlijk in zijn “mention”-feed moet leven, in plaats van in zijn gewone timeline.
  2. Mijn feedreader, die tegenwoordig ook een sociaal netwerk blijkt te zijn, je kan er mensen volgen en zo de blogposts (nou ja, RSS-items) zien die zij delen met hun volgers. Zo blijk ik daar 70 mensen te volgen, maar dat is gewoon een extraatje. De hoofdmoot zijn de 631 RSS-feeds (vooral blogs), die dagelijks 200 posts op mij afvuren zonder dat ik elk van die 631 sites moet afgaan om te zien of ze iets nieuws online gegooid hebben. De feedreader haalt alles binnen, en zegt het mij wat nieuw is of wat ik al gelezen heb. Het Journaal van op tv, maar dan online en enkel over wat u interesseert.Vroeger ging men de bookmarks in de browser af, en als er iets nieuws was en ge vond het goed of ge had een opmerking, dan liet ge ne comment achter. Den auteur was content dat er iemand reageerde, en den commentator kon een link naar zijn eigen blog achter laten. Zo leerden de mensen elkaar kennen en begon het.

    Maar nu, met die Google Reader en al. Als ge iets goed vindt, dan deelt ge dat met uw 51 volgers in Google Reader en dan denkt ge dat ge den auteur een dienst bewezen hebt. Terwijl er nog die protected twitterfeed is met 2081 volgers, en een blog waar ge alles op kunt gooien, en delicious waar je echt alle goeie artikels bijhoudt. Maar dat gebeurt dus maar zelden, ’t moet al echt goed zijn en vooral: ge moet zelf moeite doen. En dan komt er nog eens bij dat de oorspronkelijke auteur niet gezien heeft dat ge het gedeeld hebt.

  3. Offline: buiten komen en praten met de mensen. Vragen stellen en luisteren. En dan weer vragen stellen. Maar hier is het lichtjes anders: mensen nemen u nogal gauw in vertrouwen en dat moogt ge niet beschamen. Online is dat wat anders, zo goed als iedereen zet online wat hij zelf wilt en daar is de kous dan mee af.Maar goed, offline dus. Mensen beseffen niet altijd dat ze heel wat vertrouwen krijgen. En dan praten ze, en praten ze maar. Er worden dingen gezegd waar je zelf geen weet van hebt. Er kan niet bevestigd noch ontkend worden. Voor merken is dat een groot probleem. Marketeers hebben daar zelfs geen vat op. Ze denken nu dat, met al dat (online) conversation (mis)management, alles onder controle is. Maar de offline communicatie tussen mensen, daar hebben ze nog steeds geen vat op.

Over een mislukt rollenspel in een veel te duur hotel

Dus, je bent een grote meneer van een grote internationale instantie, dikwijls ver van huis en moeder de vrouw kan niet altijd mee op je business trips. Zelf ben je zo goed als pensioengerechtigd, maar daar blijkt je libido nog lang niet aan te denken.

Op een dag (obligatory Kabouter Wesley reference) blijk je weer alleen in New York te zitten, in zo’n fancy zessterrenhotel 69 verdiepen boven 5th Avenue. Je hebt goesting en vraagt aan de maître d’hôtel achter een “gezelschapsdame”. Je beveelt de maître haar te zeggen dat ze gekleed moet zijn als meid en het ruwere werk niet mag schuwen.

In afwachting van haar komst, kruip je al maar onder de douche, kwestie van fris gewassen te zijn en zo. Chicks appreciëren hygiëne, dat heeft 50 jaar seksueel actief zijn je wel geleerd. Je komt uit je douche, half afgedroogd en daar blijkt je gevraagde meid te staan. De rest is geschiedenis.

PS: Give or take over 20 jaar zitten al die mensen op het dan equivalent van YouPorn hun lusten bot te vieren. En dan is dit mopje waarheid geworden:

During sex. I suddenly stopped and didn’t move. She: “What are you doing?” Me: “I’ve seen this on YouPorn, its called Buffering”

Frans misverstand

De Morgen, onafhankelijk dagblad, publiceert vandaag de derde aflevering van De Gevangenen van de Wetstraat, een reconstructie van de onderhandelingen van de huidige regeringsvorming.

Begin juli trokken de delegaties van de PS en N-VA naar Villa Hellebosch, in Vollezele.

De delegatie voor de PS bestond onder andere uit

  1. Elio Di Rupo
  2. Anne Poutrain (machtige maar discrete kabinetschef)
  3. Laurette Onkelinx
  4. Jérémie Tojerow (rijsende ster in de studiedienst)

Voor de N-VA waren er onder andere

  1. Bart De Wever
  2. Jan Jambon (fractieleider)
  3. Koen Algoed (kabinetschef van Vlaams minister Philippe Muyters en voorzitter van de denktank Vives)
  4. Hendrik Vuye (professor aan de universiteit van Namen)
  5. Bart Van Camp
  6. Karl Vanlouwe

Enkele citaten:

Daar in Vollezele komen de PS’ers dan ook al tot de conclusie dat de fond van de dossiers De Wever niet interesseert, dat hij enkel om de symbolen geeft, niet om de techniek.

Dat was te verwachten.

Jambon steekt van wal in het Nederlands, maar stelt al snel vast dat Poutrain er geen woord van verstaat. “Wij zijn Vlaamse separatisten, maar spreken allemaal Frans”, merkt hij zuinigjes op. “Jullie zijn Franstalige unitaristen, maar spreken geen woord Nederlands.” Di Rupo kijkt gegeneerd weg. De overige discussies zullen ook noodgedwongen in het Frans verlopen.

Dat was ook te verwachten.

De socialisten leggen een gedetailleerde, budgettaire tabel voor met maatregelen die 19,278 miljard moeten opbrengen. De N-VA plaatst daartegenover een tabel met haar begrotingsvoorstellen. … De N-VA wil vooral besparen, de PS mikt eerder op nieuwe inkomsten. Die moeten onder meer komen van een betere aanpak van de fiscale fraude, het koppelen van de notionele interestaftrek aan meer jobs en een belasting op grote vermogens.

20 miljard, dat doet me aan iets denken. Een begrotingstekort ofzo. Werk dan toch wat samen, allez!

Hun zondag gaat volledig op aan de volgende staatshervorming. De delegaties worden dan ook uitgebreid. Voor de PS schuift Philippe Moureaux aan, voor N-VA Ben Weyts, die later door de Franstaligen niet echt vleiend herdoopt wordt tot ‘Ben Laden’ en de aanvoerder is van de harde lijn binnen N-VA.

Auch. Maar met zo’n nicknames te geven geraak je ook niet verder he.

Als Di Rupo een vurig pleidooi houdt voor de regionalisering van justitie vallen de N-VA’ers bijna van hun stoel. Pas later begrijpen ze waarom: Di Rupo is het beu dat cdH en MR nog zoveel greep hebben op de Waalse rechters en dat er veertien dagen voor elke verkiezing altijd wel ergens een PS’er in verdenking wordt gesteld.

Geweldig!

Enfin, ik vraag me af hoe de Franstalige partijen de Vlaamse partijprogramma’s aanpakken: lezen ze die zelf en zitten wij nu ten gevolge van een Frans misverstand met een crisis, of laten ze die vertalen door bekwame vertaaldiensten?

Vooruitgang

Het Wondere Wolfje is een episode uit de Suske en Wiske reeks en werd in 1991 gepubliceerd. Sus & Wis belanden om god weet welke reden in het tijdperk van kindsterretje Wolfgang Amadeus Mozart. Ze reizen mee met de tournee maar op een gegeven moment valt Wolfje zwaar ziek. Maar de concerten moeten doorgaan. En dan is er held Lambik die een oplossing gevonden heeft.

Dat tijdreizen, da’s nog niks, maar dan komt nu de reactie van Wolfje z’n vader:

Straf he?

PS: Afbeeldingen genomen van de illegale strip alhier te downloaden en te lezen met CDisplayEx.

PPS: Een deel van Vlaanderens bekendste strips zijn legaal te verkrijgen bij e-Strips.

Moe

Ik ben moe. Ik fiets elke werkdag een veertigtal kilometer. Dat veertig kilometer fietsen is het enige ogenblik in mijn dag dat mijn brein alleen is.

Mezelf tegen mijn eigen gedachten en frustraties. Alles kanaliseren en desnoods er keihard uittrappen.

Mezelf tegen de omgeving. Tegen de wind, tegen de schokken van dat stuk fietspad van twee kilometer dat uit niet-afgelijnde betonblokken bestaat. Die paar hellingen van een luttele tweehonderd meter aan 5 à 10% zijn niets. De andere stukken net iets meer dan vals plat ook niet. Grootste verzet en doorperen. En als de motor niet aanslaat, dan maar een tand (of twee) groter schakelen en op souplesse gaan.

Na de eerste twintig kilometer kom ik toe op het werk en ben ik wakker. Een warme douche heb ik dan wel verdiend. Soms lang, soms snel. Tijdstippen van meetings kan je niet altijd kiezen en soms hebben de gesprekspartners echt wel een drukke week. Dan blijkt dat er mensen al jaren van iets dat er zit aan te komen weten, maar dat ze niet proactief geageerd hebben. En dat ze een halfjaar voor het opgeleverd moet worden, op prepensioen willen.

En dan is de werkdag voorbij en mag ik weer naar huis fietsen. In short, zoals ’s ochtends, maar voor de rest wel goed ingeduffeld. Ik mag dan wel een ijzeren beer zijn, dat wil niet zeggen dat ik compleet zot ben. Regen is niet zo’n erg, daar hebben we een regenfrak voor. En douchen moeten we toch. Koude valt ook wel goed mee, daar zijn handschoenen en sjaals en plain old beweging voor. Daarbij, koude is goed voor de bloedsomloop. Maar als je binnenkomt, doe je best toch een lange broek aan. Maar wind, daar valt weinig aan te doen. Als je wind mee hebt, dan merk je het amper. Heb je wind op, dan ben je eraan voor de moeite. Beetje schakelen en op souplesse rijden. Wat Armstrong kan, kan ik ook.

En nu ontaardt het in wat ventilatie.

Maar dan rij je in een speldje dat op straat ligt. “Niet te zien” zei de fietsenmaker. De fietsenmaker.

Ik was nog maar een kwartier onderweg, en bij het uitkomen van een bocht voelde ik dat mijn achterwiel wat raar deed, alsof er een slag in zat. Honderd meter en nog een bocht verder voelde ik de tegeltjes van de wijkstraat iets te goed naar mijn zin. Platgereden. Na drie maand fietsen naar het werk moest het er wel eens van komen.

Ik zet mijn Google Latitude aan om de straat waar ik in zit te weten te komen. Ik bel naar huis in de hoop vaderlief aan de lijn te krijgen. Het blijkt mijn broer te zijn. Ik zeg de straat en de gemeente waar ik zit, en dat ik tot aan de juiste buslijnhalte zal wandelen en daar met de fiets de bus op zal stappen. Ik had toch niets gepland die avond, ik moest dus niet thuis zijn en spaghetti kan ik een uur later ook nog wel eten. En niemand moest mij komen halen, ik trek mijn plan wel. Want dat ben ik: een plantrekker en een pragmaticus en nog zoveel meer. Ik ben ook een heleboel dingen niet.

Een heleboel dingen niet-zijnde, een bus die maar niet afkwam en een telefoontje vanwege vaderlief later spreken we wat verder af alwaar hij mij met veel poespas en fanfare (“waarom belt ge mij niet?”, “had toch gezegd dat ge in dat Gehucht waard en niet in de Grote Gemeente”, “in’t vervolg vraagt ge naar mij want uw broer zegt maar den helft”, etc) afhaalde, de fiets half in de koffer legde en naar de fietsenmaker belde. Mind you dat vaderlief geen GSM heeft, want al de nodige informatie had ik al eerder geSMS’t naar mijn zus die toch niet om tien uur maar wel om halfzes maar dan weer niet en uiteindelijk maar pas om zes uur thuis was gekomen. En om zes uur belde vaderlief met de vraag waar ik nu juist zat, terwijl mijn zus hem dat kon zeggen want die was daar en die had dat op mijn sms’ke gekregen. Volgt ge nog? Ik ook maar amper, en wij worden hier thuis allemaal zot van al die plannen die veranderen en die we denken te moeten doen.

Bottom line: we zijn bij de fietsenmaker geraakt. Die heeft tegen halfnegen ’s ochtends van de dag erop een nieuwe binnenband gestoken , en en passant ook nog een spaak goedgezet, de achterremmen wat meer pak gegeven en mijn stuur vastgezet (dank u niet-afgelijnde betonblokken). De man die graan voor de kippen verkoopt, die zijn winkel zijn we niet meer binnengeraakt. En dus was het plannetje van vaderlief in het honderd gelopen, omdat er niet genoeg samengewerkt werd.

Dat samenwerken als een team, als het nodig is, dat zit precies nog maar bij weinigen ingebakken. Enfin, ik moet zelf niet veel zeggen, want na jaren gevloek ten gevolge van platte banden te mogen aanhoord hebben, ben ik ondertussen getraind van zo weinig mogelijk last te veroorzaken. En dus wou ik met de bus naar huis gaan en ’s anderendaags een nieuwe binnenband gaan halen en die zelf te steken i.p.v. te vragen dat iemand mij en mijn fiets kwam halen en naar de fietsenmaker bracht. Nee, tegenwoordig wordt er gevloekt omdat men niet meer mag helpen en komt men u willens nillens toch helpen. Zo komt een mens niet ver, denk ik. Ik denk dat ik vooral daarom moe ben. Er is geen mentale rust meer.

Schaken

Ik ben geen grootmeester. Verre van. Ik luister naar mijn lichaam en mijn instincten. Ik heb geen plan. Ik begin en probeer bij elke stap wat vooruit te kijken. Niet te ver. Dan kom je niet bedrogen uit. Vooruitkijken is wat makkelijker eens het spel begonnen is. Maar je kan er altijd naast zitten. Je tegenspeler legt zijn kaarten nu eenmaal niet onmiddellijk bloot. Hij heeft veel mogelijkheden. Ik ook. Soms maak je het keihard af in het midden. Soms word je keihard afgemaakt op de grenzen van het spelbord (waarom 8×8 en niet 12×12?). Je leert goed te kiezen door te spelen. Door veel te spelen. Door te leren van elkaar. Misschien moet ik toch maar eens een plan bedenken. En meer spelen.