Over dj’en

Het gebeurt zelden dat ik iets tegen kom waar ik mij ongelooflijk mee kan identificeren. Vanavond kwam ik ter ore dat er wat buzz was rond een short docu over Nina Kraviz, een house/techno dj uit Moskou. Ik heb haar op Pukkelpop zien draaien, and she was ace. I like her vibe. Ze doet haar ding, en ze heeft fun. I like it when a dj has fun. De short docu is cool. Ik herken de beelden van als ze de terminal van Zaventem binnen wandelt, de tarmac, de stage vanop Pukkelpop.

De short docu is eigenlijk al een week uit, maar blijkbaar duurt het wat eer de andere dj’s het internet bijgelezen hebben. Buzz omdat ze in een bad zit in die short docu en haar seksualiteit gebruikt om nóg bekender te worden. Big deal guys. Soit, heel wat commentaar door wat dj’s en via via ben ik op de blog van Greg Wilson beland. Rechts van de blogpost over Nina stond zijn bio, en om een of andere reden dwaalde mijn oog naar die bio vooraleer ik goed en wel begonnen was aan de blogpost over Nina.

Something clicked.

I’m a DJ from Merseyside. I started out in 1975, but stopped for almost 20 years, between 1984 and the end of 2003, at which point I started again.

One night during the period I wasn’t deejaying, turning off my mind, relaxing, and floating downstream I had what might be termed a moment of clarity. Paradoxically, although I was no longer a DJ in the literal sense I suddenly became aware that I’d never actually stopped being a DJ, for even if I was in a room with just one person I couldn’t help but ask them ‘have you heard this?’, and not only ‘heard’, but ‘have you seen this / read this?’, for it goes beyond music. Already taken somewhat aback by this nugget of self-discovery, I realised, in true eureka style, that this all pre-dates my being a DJ and goes back as far as I can remember – I’ve always had an inherent need to share, it’s absolutely central to my nature. This was quite a revelation.

So it’s no wonder that I became a Disc Jockey, for once I fell in love with those circular pieces of magical plastic during my formative years, it wasn’t a matter of choosing this as a path, the path pretty much chose me. – Greg Wilson

Something clicked.

Het draait niet per sé om mij. Wel om wat ik vind, om wat ik er speciaal aan vind, om waar ik het gevonden heb, om wanneer ik het gevonden heb, om met wie ik het wil delen, om wat ik er mee wil doen. Zelden leg ik al die redenen bloot, en deel ik nothing but the raw data. Als lokmiddel naar meer. Stay childish. Stay hungry.

 

To do

To do, voor deze blog:

  1. Bloggen over de BlackBerry Torch 8900.
  2. Bloggen over de Nokia E7.
  3. Bloggen over hoe ik mijn eigenste BlackBerry Bold 9700 gemist heb terwijl ie in garantie binnen was voor reparatie (wat uiteindelijk vervanging bleek te zijn).
  4. Bloggen over vrouwelijke orgasmes.  Elk heeft er op haar groepsblog een aanzet toe gegeven, maar volgens mij valt er daar véél meer over te zeggen dan wat kutstatistieken (pun only slightly intended). En dat er weinig reacties op die blogpost zijn.
  5. Bloggen over een american frat party in bxl.
Of ook niet.

Bepaling van het exploratiemodel van scherp genagelde, zwartgrijs gekleurde gevleugelden op basis van hun excretiegedrag

Voor diegenen die een doctoraat willen halen maar geen inspiratie hebben: bestel wat piepjonge vethanen, laat ze los in in uwen hof (verdeel ze in groepkes en zet er sommige vrij op de gazon, sommige in een hoek, andere in dichte struikbegroeing, etc) en karteer de locatie van hun kakskes.

(ze gaan zo wel nooit echt vet worden.)

Een beetje over het waarom

Waarom ik probeer te stoppen met Twitter? Het antwoord op die vraag is meerledig, en enkele van die aspecten zal ik in deze post een klein beetje toelichten.

Eén aspect is dat ik te veel bezig was met Twitter. Ik was aan het wachten op iets (ik ben dit beginnen schrijven terwijl een Subversion update-commando bezig was, dat commando heeft er uiteindelijk 1 minuut 51 seconden over gedaan om 72 kBytes te downloaden…) en ik keek naar Twitter of er niks gezegd werd, puur uit bezigheidstherapie. Er moet veel gewacht worden in het leven: in de file, aan een rood licht, op de trein, op de bus, wachten tot de bus op je bestemming arriveert, …

Een ander aspect zijn de mensen. Je echte, fysisch sociaal netwerk van mensen die je kent en waar je wel eens mee op café gaat, of gaat eten. Na zo’n jaar of twee veel te veel op Twitter zitten, en ook naar Twunches, Barcamps, etc te gaan, leer je dus hopen mensen kennen. Maar echt, hopen. Met als gevolg dat de mensen die je daarvoor kende, helemaal verwaarloosd geraken. Of de mensen die je in het begin van je online leven hebt ontmoet, die zie je ook maar amper meer. (En da’s jammer, want dat zijn allemaal schatten van mensen)

Met als gevolg dat je eigenlijk shitloads aan oppervlakkige contacten hebt, maar geen diepgaande connecties met die mensen. En daar wil ik de komende weken en maanden iets aan doen.

Gestopt met tweeten

Ik ben gestopt met tweeten, na 66.666 tweets. Symboliek is belangrijk.

’t Is niet simpel, echt niet. De kleinste onnozeliteit die ge ziet op straat wilt ge dedju online gooien. Waarom? Dat blog ik misschien later wel eens.

(ik heb vanavond tomatenplanten in de grond gezet, samen met mijn grootmoeder; en daarna DJ Shadow gaan zien in de Vooruit in Gent en daarna nog nen Duvel gedronken, dat heeft gesmaakt).

Onzichtbaar

There is more to it than what meets the eye.

Er gebeurt veel in de wereld. Zoveel dat weinigen nog alles gezien hebben. Het draait dus om aandacht te pakken krijgen. Ik integreer alles op drie punten (en dan heb ik het over zelf aandacht geven, maar je zal merken dat het eigenlijk draait om aandacht krijgen – it’s called paying it forward):

  1. mijn twitterfeed met de dagdagelijkse ramblings en ontdekkingen van de mensen die ik volg. Staat eigenlijk constant open. Het is vrij zichtbaar als je daar iemand zijn nickname vermeldt, die mens ziet dat (tenzij hij er niet mee kan werken) en durft dan wel eens te reageren en te converseren met u. Maar dat wil dan ook wel zeggen dat iedereen eigenlijk in zijn “mention”-feed moet leven, in plaats van in zijn gewone timeline.
  2. Mijn feedreader, die tegenwoordig ook een sociaal netwerk blijkt te zijn, je kan er mensen volgen en zo de blogposts (nou ja, RSS-items) zien die zij delen met hun volgers. Zo blijk ik daar 70 mensen te volgen, maar dat is gewoon een extraatje. De hoofdmoot zijn de 631 RSS-feeds (vooral blogs), die dagelijks 200 posts op mij afvuren zonder dat ik elk van die 631 sites moet afgaan om te zien of ze iets nieuws online gegooid hebben. De feedreader haalt alles binnen, en zegt het mij wat nieuw is of wat ik al gelezen heb. Het Journaal van op tv, maar dan online en enkel over wat u interesseert.Vroeger ging men de bookmarks in de browser af, en als er iets nieuws was en ge vond het goed of ge had een opmerking, dan liet ge ne comment achter. Den auteur was content dat er iemand reageerde, en den commentator kon een link naar zijn eigen blog achter laten. Zo leerden de mensen elkaar kennen en begon het.

    Maar nu, met die Google Reader en al. Als ge iets goed vindt, dan deelt ge dat met uw 51 volgers in Google Reader en dan denkt ge dat ge den auteur een dienst bewezen hebt. Terwijl er nog die protected twitterfeed is met 2081 volgers, en een blog waar ge alles op kunt gooien, en delicious waar je echt alle goeie artikels bijhoudt. Maar dat gebeurt dus maar zelden, ’t moet al echt goed zijn en vooral: ge moet zelf moeite doen. En dan komt er nog eens bij dat de oorspronkelijke auteur niet gezien heeft dat ge het gedeeld hebt.

  3. Offline: buiten komen en praten met de mensen. Vragen stellen en luisteren. En dan weer vragen stellen. Maar hier is het lichtjes anders: mensen nemen u nogal gauw in vertrouwen en dat moogt ge niet beschamen. Online is dat wat anders, zo goed als iedereen zet online wat hij zelf wilt en daar is de kous dan mee af.Maar goed, offline dus. Mensen beseffen niet altijd dat ze heel wat vertrouwen krijgen. En dan praten ze, en praten ze maar. Er worden dingen gezegd waar je zelf geen weet van hebt. Er kan niet bevestigd noch ontkend worden. Voor merken is dat een groot probleem. Marketeers hebben daar zelfs geen vat op. Ze denken nu dat, met al dat (online) conversation (mis)management, alles onder controle is. Maar de offline communicatie tussen mensen, daar hebben ze nog steeds geen vat op.

Over hoe ik vaststelde dat ik de dood vermeden heb

Vandaag was een rare dag.

Het weekend was wat zwaar (gaan wandelen in Wallonië, in de buurt van de abdij van Maredsous, en zaterdag vrij zwaar gefeest op n°13 in Gent) en dus lagen we (koninklijk meervoud) zondagavond op tijd in bed. Voor mijn doen vroeg uit bed gesukkeld, en dus ook vroeger naar het werk. Vroeger naar het werk betekent meer file, en meer file betekent: sneller de gsm vastnemen. Deze keer ontdekte ik dat er een Touring Mobilis app voor BlackBerry bestond, en dus moest deze geïnstalleerd worden. Aja, er moesten maar eens de gemeentelijke files waar ik last van heb getoond worden.

Toevallig passeerde net dan de politiecombo die normaliter 500 meter aan de andere kant van het verkeersverlicht waarvan ik nog 500 meter verwijderd was het verkeer in goede banen leidt. Of dat toch zou moeten doen. Niet dus, want er stond nog file. Enfin, ze kwamen voorbijgereden toen ik die app aan het installeren was, en dus niet echt met mijn twee handen aan het stuur zat. Veel te laat gezien, en toen ik in mijn spiegels keek, zag ik de combi remmen. Gelukkig net op een punt waar de zone 50 begint, dus er bestaat een waterkansje dat het niet was om mijn nummerplaat op te schrijven. Ze zijn er niet om de daders van beschadigingen aan mijn auto op te sporen, maar wel om easy money te cashen… (waarschijnlijk hebben ze “always go for the quick win” als devies gekregen)

En dan was het ver 11u en moest ik eigenlijk boterhammen eten want om 13u had ik een afspraak om een conditietest te doen (handig als je de twintig kilometer van Brussel gaat lopen). Helaas kon dat niet, want ik was ze vergeten te smeren. Dan maar veel te laat een spaghetti gegeten op’t werk, en met een volle maag richting conditietest. Daar aangekomen bleek ik mijn sportshort thuis vergeten te zijn (dank u moeder de vrouw die zondagavond per sé nog die short wou wassen). In opgerolde jeans dan maar die conditietest gedaan. Er moest eerst met een neusknijper mijn longinhoud ofzo getest worden, en daarna dan in bloot bovenlijf, zo vol met elektrodes (ha, mijn borsthaar moest er zelfs op enkele plaatsen aan geloven!) de veredelde hometrainer op.

Een kwartier en 434 Watt – da’s redelijk veel voor normale mensen die niet Fabian “meneer 1400 Watt” Cancellara heten – later terug het longtestkot met neusknijper in voor een afsluitende test, daarna de douche en dan was het tijd voor de uitslag: “maximale test, goed maximale aëroba capaciteit en zeer goed uithoudingsvermogen (ventilatoie anaërobe drempel rond 155/min; geen ventilatoire beperking”. Alles dik in orde dus, zelfs geen beklag over mijn overgewicht!

Met een trainingsschema voor de 20 km van Brussel naar huis gereden, alwaar een waswijzer van Samsung (go figure!) in de brievenbus zat.

Waswijzer van Samsung

Waswijzer van Samsung

En dan kaarten voor Tomorrowland besteld. Ik ga dit jaar voor de eerste keer, en ik wil vooral Dubfire en 2 Many DJ’s zien/horen. En Faithless zou ook langskomen (als DJ-set?).

En vastgesteld dat als ik in september een van de dingen die ik wou gekregen had, ik nu waarschijnlijk in een vliegtuigcrash zat. Nu dat ik er bij stil sta, in september wou ik twee dingen en geen van beide heb ik gekregen. Apparently a good thing. #winning

Over Base

Ik ben een BlackBerry gebruiker. Bij Base. Met een BIS abonnement. Op hun abonnementspagina lees je dit:

Dankzij BlackBerry® Internet Service ontvang je meteen je e-mails en surf je in alle vrijheid met je BlackBerry®.

Waarom ik dan met mijn één jaar oude BlackBerry geen YouTube filmpjes kan afspelen in de YouTube app is me een raadsel. Op zich geen groot gemis, maar ik heb daar wel recht op en zou dat toch eens willen bekijken. Op naar de Base helpdesk (nummer 1999 voor de Base-klanten). De toetsen die je dan moet indrukken om op de juiste plaats terecht te komen zijn vermoedelijk 114130. Dat weet je na iets meer dan twee minuten luisteren naar een robotmonoloog.

Na 15 minuten 50 seconden aan het lijntje gehouden geweest te zijn, ben ik te weten gekomen dat ik om YouTube te kijken een apart pakket genaamd “Data” nodig heb (geloof ik niets van, it must be a provider thing). Voor 50 megabyte per maand zou ik dan 5 euro moeten dokken, voor 500 megabyte per maand zou ik 10 euro moeten neerleggen. Wijselijk maar niet gedaan, I mean, ’t is absurd dat je betaalt voor internet “in alle vrijheid” maar toch geen YouTube kan bekijken. Marijke ging me toch de instellingen doorsms’en en wie weet lukt het zo wel via de YouTube app.

Ik heb haar niet geconfronteerd met de vrijheid-quote van hierboven, maar heb haar wel een goed weekend gewenst. Godmiljaar.